Het zoeken naar episodes

Het gaat om het zoeken naar onderdelen van het maakproces die volgtijdelijk kunnen worden gereconstrueerd.

Bij het zoeken naar episodes in de makersdialoog zoek je heel concreet naar gebeurtenissen in een maakproces, die niet al te lang geleden zijn. Je probeert daarbij zo precies als dat lukt in te gaan op het detail: wat gebeurde er, waar was je, wie of wat was er bij je, wat deed je, wat deed je daarvoor, hoe kwam je van het een naar het ander?

De ontrafeling en beschrijving van een episode levert veel belangwekkende informatie op over de manieren van werken van een betrokken maker.

Waarom zoeken naar een episode?

Een episode is een een min of meer zelfstandig onderdeel van een verhaal. Episodes worden verteld of beschreven op een concreet niveau van waarneembare activiteiten en de overwegingen die daar rond heen speelden. Het gaat erom wat er gebeurde, hoe dat gebeurde, wat er daarvoor gebeurde, etc.

De episode vormt een manier om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid van de praktijk te komen. Daarom moet de episode afkomstig zijn uit een recent project zodat de ‘werkelijkheid’ ook echt nog enigszins kan worden herbeleefd. Als het langer geleden is, zal de maker vooral werken vanuit een bepaald beeld, een alsnog opgebouwde constructie, van die werkelijkheid. Er is dan te weinig gevoelde ervaring – het wordt meer een afbeelding van die ervaring.

Episodes in de makersdialoog

In de makersdialoog wordt gezocht naar episodes: bepaalde onderdelen van het maakproces in een specifiek project van een bepaalde maker, die in de tijd en ruimte kunnen worden gereconstrueerd. Voorwaarde is dat de maker zelf het begin en een bepaalde manier van beëindigen van een episode aangeeft. Als begin komt vaak voor dat de maker iets niet goed voelde, iets niet lukte of niet wist waardoor zij niet verder kon. Het einde wordt vaak gevormd door het gevoel, de overtuiging of de handeling waarmee de maker vervolgens verder kon. Tussen het begin en het einde kunnen seconden, minuten, maar ook uren, dagen of zelfs weken zitten. Als de maker niet verder komt, is het proces gestagneerd. In een episode – met een begin én een einde – zit vaak veel interessante kennis, waarvan de maker zich zelf niet altijd bewust is. De uitdaging is om die ‘makerskennis’ juist op tafel te krijgen, zodat de maker zelf en de ander hier iets van leert.

Signaalwoorden als hulpmiddel om episodes te vinden

In de makersdialoog kun je als moderator een aantal ‘signaalwoorden’ in de gaten houden die je op het spoor zetten van mogelijk interessante episodes van de maker. Wees alert op onderstaand soort woordjes en vraag hierop door:

  • altijd, nooit, vaak, in het algemeen en dergelijke: duiden er op dat de maker een algemeniserende weergave van zijn praktijk aan het geven is. Vraag door naar concrete situaties en vraag door op detail.
  • gewoon: het eigen handelen en overwegen wordt neergezet als normaal binnen de discours van de maakpraktijk, terwijl dit voor anderen wellicht zo gewoon nog niet is (impliciete kennis).
  • eigenlijk: het eigen handelen en overwegen wordt neergezet als (licht) afwijkend van een niet vermelde norm.
  • natuurlijk (ook vanzelfsprekend): het eigen handelen en overwegen wordt met wat meer aplomb neergezet als normaal.
  • logisch: het eigen handelen en overwegen wordt neergezet als samenhangend, intern of extern.

Voorbeeld Friso Hoekstra, destijds student HKU Master of Music (2017):

“Om te weten te komen hoe dat proces inhoudelijk verliep, zoomden we in op het Prison Escape project. Er kwamen een aantal belangrijke elementen naar voren, grappig genoeg omdat ik die als ‘gewoon’ bestempelde:…dat doe ik aan de hand van een gesprek met de regisseur en dat vertaal ik dan ‘gewoon’. Of: ‘dat doe ik gewoon op goed gevoel, denk ik.’ Of: ‘het is meer dat ik gewoon balletjes opgooi en dan kijk.’ Soms is het natte vingerwerk en gewoon wat maken, zeg maar.

Uitspraken als hulpmiddel om episodes te vinden

Eveneens kunnen bepaalde uitspraken van een maker – vaak gepaard gaande met de schouders ophalend – je naar episodes brengen die onder de oppervlakte zitten. Ook hier geldt: vraag door. Wat gebeurde er, waar was je, hoe zag de ruimte waar je was eruit, waar zat je, wat deed je… etc. Probeer de maker te verleiden om dieper af te dalen naar zijn of haar ‘episodisch geheugen’. Dit kan heel interessante informatie opleveren. Kenmerkende uitspraken van makers om op door te vragen zijn:

  • “ik doe maar wat.”
  • “ik rommel maar wat aan.” 
  • “dat gebeurt gewoon.” 
  • “ineens wist ik het!:  
  • “geen idee…”

Wanneer stoppen met doorvragen? 

Wanneer in een makersdialoog het detail er niet meer toe doet voor het maakproces, is het niet meer interessant. Ook als vragen leiden tot persoonlijke zaken of omstandigheden die als zodanig niet raken aan het feitelijke creatieve proces, is het tijd voor een wending in het gesprek. Dat geldt ook voor filosofische beschouwingen waarmee het gesprek “de lucht in vliegt” of technische details, die ontaarden in “nerden”, zoals een maker dat een keer noemde. Hou de aandacht op details die er voor het maken zelf toe doen.

Andere manieren om episodes te ontdekken

Een andere manier om zo dicht mogelijk bij de ‘werkelijkheid’ van de praktijk te komen zou kunnen zijn om het maken waar te nemen en daarover in contact te treden met de maker, je ziet dit nogal eens in documentaires. Dit heeft echter als nadelen:

    • dat de aanwezigheid van de onderzoeker het maakproces beïnvloedt
    • de kijk van de onderzoeker is leidend in het beschrijven en evt. analyseren
    • vooral het makend handelen wordt waargenomen, maar niet de reflecties en overwegingen die mogelijk tot dat handelen leiden.

Lees verder: Het werken met de makersdialoog en het verwerken van gegevens vanuit de makersdialoog

Lees verder: episodische kennis gebruiken bij het maken