Maakonderzoek meets Art-based research

Hoe draagt de invloed van anderen bij aan de manier waarop je betekenis verleent aan een creatieve uiting?

Hoe verhoudt maakonderzoek zich tot art-based research en tot de mensen met en voor wie een onderzoek in de praktijk wordt gedaan? Waar ligt het startpunt, aan wat voor soort vragen of ontwikkelingen wordt gewerkt en hoe speelt kunst of het maken hierin een rol? Aan de hand van een casus werden deze vragen besproken in een zogeheten ‘grensmakersdialoog’ tussen onderzoekers van HKU, Hogeschool Utrecht en Aeres Hogeschool Wageningen.

Casus 

Aeres Hogeschool Wageningen (AHW) leidt studenten op in de bacheloropleiding ‘Docent en kennismanager groene sector’. Dit is een opleiding waarin zij groene vakkennis opdoen én afstuderen als 2e graads bevoegd docent. In 2019-2020 vond er een onderzoek plaats om na te gaan welke mogelijkheden arts-based research biedt in het kader van hun professionele ontwikkeling. Als een van de activiteiten is hiertoe de module Creativiteitsontwikkeling opgezet, ook als tegenhanger van het onderwijs dat veel studenten als heel talig ervaren. AHW-student Lisa Teunissen doorliep deze module en maakte daarbij als creatieve uiting bijgevoegde foto, waarop zij zelf met een mondkapje staat.

Grensmakersdialoog

Niek van den Berg en Hanneke Maassen organiseerden vanuit het lectoraat Grenspraktijken (AHW) een ‘grensmakersdialoog’, waarbij Arja Veerman (HKU) en Pim van Heijst (Hogeschool Utrecht) met elkaar in gesprek gingen. Dit deden zij respectievelijk vanuit het perspectief van het maakonderzoek, zoals dat op HKU is ontwikkeld, en vanuit het domein van art-based research. In de dialoog, die werd opgezet als een variant van de makersdialoog, werd het leer- en werkproces van Lisa als casus bevraagd. Dit bracht een aantal interessante overeenkomsten en verschillen aan het licht met betrekking tot beide onderzoeksmethodieken, en hoe deze zich verhouden tot het educatieve domein.

Perspectief, proces, product

In relatie tot het maakonderzoek werd er door Arja Veerman (HKU) gesproken vanuit het perspectief van de maker en het tot stand komen van het eindproduct (de foto). Vragen die daarbij werden gesteld, waren bijvoorbeeld: hoe kwam je in beweging, waar ben je naar op zoek gegaan, welke keuzes heb je gemaakt, wat heb je verder onderzocht, hoe selecteerde je waar je op door wilde gaan, hoe stelde je je prioriteiten, wat waren je overwegingen, wie liet je daarbij toe? De vragen die vanuit het perspectief van het art-based research werden gesteld, door Pim van Heijst (HU), kenmerkten zich met name door de relatie te bevragen tussen de foto en Lisa’s ontwikkeling als docent: hoe draagt de invloed van anderen, in jouw omgeving, bij aan de manier waarop je betekenis hebt verleend aan deze creatieve uiting? Hoe heb je je onderwerp bestudeerd, hoe ben je in gesprek gegaan met anderen en hoe heeft de maatschappelijke context en de kennis en kunde over fotografie tot deze foto geleid?

Gemeenschappelijke taal

In het maakonderzoek gaat het (ook) over het vinden van een gemeenschappelijke taal om over je manieren van werken te praten, over vakgebieden heen. Hóe praat je over maken? Welke woorden gebruik je, welke concepten geven verbinding en begrip? Als een van de opbrengsten van het maakonderzoek zijn eerder 10 belangrijke onderwerpen naar voren gekomen, die ook in deze dialoog als een onderlegger konden worden gebruikt. Zo konden Lisa’s werkwijzen en activiteiten van maken en onderzoeken bijvoorbeeld worden gekoppeld aan vragen over hoe zij in Beweging kwam en hoe zij van schets naar schets wist te werken. Vragen over de invloed van anderen kon worden besproken onder de noemer Positioneren. En rondom het onderwerp Valideren bleken interessante verschillen: vanuit art-based research bekeken leek de esthetische waarde van Lisa’ foto gelijk te staan aan de betekenis van de foto, de uitstraling en wat deze foto met de kijkers deed. In het maakonderzoek heeft validatie (ook) te maken met het inschatten van de waarde van het werk in relatie tot het discours van de betreffende kunst-of ontwerpdiscipline, naast de waarde die het voor de eindgebruikers of eigen ontwikkeling heeft.

Opbrengsten

De leerervaring die Lisa heeft opgedaan tijdens deze creatieve studieactiviteit heeft haar doen beseffen wat het belang is van non-verbale communicatie en hoe je op een goede manier verbaal communiceert. Luisteren is belangrijker geworden naast het lezen van lichaamstaal en het interpreteren van een gezichtsuitdrukking. Zeggen mensen wel altijd wat zij eigenlijk willen vertellen? En hoe weet je dat dan? Lisa geeft aan dat zij is gegroeid in haar manieren van communiceren, het formuleren van vragen en problemen en het luisteren naar anderen waardoor het beantwoorden van vragen doelmatiger is geworden.

Met het oog op de werking van de module Creativiteitsontwikkeling in de lerarenopleiding lijkt het maken van een creatief product bij te dragen aan de professionele ontwikkeling van een toekomstige docent. De resultaten in het leerproces en de eindproducten zijn inspirerend en getuigen van voortgang. Het maakproces en het onderzoeksproces naar een mogelijke creatieve uiting werd door de studenten niet ervaren als het doen van onderzoek, maar draagt volgens de docenten wel bij aan hun onderzoekend vermogen. Dit komt overeen met de wijze waarop veel (student) makers hun onderzoekende activiteiten ervaren: als een integraal onderdeel van het maakproces.


Met dank aan Lisa Teunissen, Niek van den Berg, Hanneke Maassen (organisatie en verslaglegging) en Pim van Heijst.